Oude Testament

Nieuwe Testament

Spreuken 3:20-32 NBG-vertaling 1951 (NBG51)

20. door zijn kennis zijn de waterdiepten gekliefden druppelen de wolken dauw.

21. Mijn zoon, laat ze niet wijken uit uw ogen,bewaar overleg en bedachtzaamheid,

22. dan zullen wij het leven voor uw ziel zijn,een sieraad voor uw hals.

23. Dan zult gij uw weg veilig gaan,zonder dat uw voet zich stoot.

24. Indien gij u nederlegt, zult gij niet opschrikken,maar gij zult u nederleggen en uw slaap zal zoet zijn.

25. Vrees niet voor plotselinge schrik,noch voor de ondergang der goddelozen, als hij komt.

26. Want de Here zal uw betrouwen zijn,Hij zal uw voet bewaren, zodat hij niet gegrepen wordt.

27. Onthoud het goed niet aan wie het toekomt,terwijl het in uw macht is het te doen.

28. Zeg niet tot uw naaste: Ga heen en kom terug,morgen zal ik geven – terwijl gij het hebt.

29. Smeed geen kwaad tegen uw naaste,terwijl hij in goed vertrouwen met u verkeert.

30. Twist niet met iemand zonder oorzaak,indien hij u geen kwaad heeft gedaan.

31. Wees niet afgunstig op een man van gewelden verkies geen enkele van zijn wegen,

32. want de Here verafschuwt de verkeerde,maar met de oprechten gaat Hij vertrouwelijk om.

Lees verder hoofdstuk Spreuken 3