Oude Testament

Nieuwe Testament

Psalmen 16:2-11 Het Boek (HTB)

2. Ik zei tegen de Here:‘U bent mijn God,er is niets of niemand beter dan U.

3. Als ik kijk naar de andere mensen die U volgen,wordt mijn hart warm van blijdschap.

4. Mensen die afgoden nalopen,worden getroffen door veel ellende.Ik zal nooit aan hun afgoden offeren,zelfs hun namen zal ik niet noemen.

5. Here, U bent alles wat ik bezit en ooit begeerU leidt mijn hele leven.

6. U geeft mij meer dan ik nodig heben alles wat ik van U ontvang,geeft mij grote vreugde.’

7. Ik loof de Here,die mij steeds de weg wees.Zelfs wanneer ik slaap, leidt Hij mij.

8. Ik heb de Here altijd voor ogen,Hij leidt mij en houdt mij overeind.

9. Daarom is er vreugde in mijn harten ben ik gelukkig.Zelfs mijn lichaamis veilig bij Hem.

10. U zult mij nietin het dodenrijk laten liggen.U zult het lichaam van uw beminde nietlaten vergaan.

11. U leert mij hoe ik leven moet,mijn grootste vreugde is dicht bij U te zijn.Uw liefde is er tot in eeuwigheid.

Lees verder hoofdstuk Psalmen 16