Oude Testament

Nieuwe Testament

Exodus 40:20-31 Het Boek (HTB)

20. Hij legde de plaquettes met de Tien Geboden in de ark, schoof de draagstokken door de ringen en plaatste het verzoendeksel op de ark.

21. Daarna bracht hij de ark de tabernakel binnen, hing het gordijn ervoor en onttrok de ark zo aan het gezicht, zoals de Here hem had opgedragen.

22. Hij zette de tafel in de tent aan de noordkant, buiten het gordijn dat voor de ark hing.

23. Daarop legde hij de toonbroden, zoals de Here hem had opgedragen.

24. Hij zette de kandelaar naast de tafel, aan de zuidkant van de tabernakel.

25. Toen stak hij de lampen aan voor de Here, precies volgens de instructies.

26. Het gouden altaar zette hij in de tabernakel voor het gordijn

27. en verbrandde er reukwerk van zoete kruiden op, precies zoals de Here had bevolen.

28. Hij hing het gordijn voor de ingang van de tabernakel op,

29. zette het brandofferaltaar dichtbij de ingang en verbrandde er een brandoffer en een spijsoffer op, precies zoals de Here had bevolen.

30. Daarna plaatste hij het wasvat tussen de tent en het altaar en vulde het met water, zodat de priesters het konden gebruiken om zich te wassen.

31. Mozes, Aäron en diens zonen wasten daar hun handen en voeten.

Lees verder hoofdstuk Exodus 40